Wereldwijde aandelenmarkten dalen
Bewegingen op de aandelenmarkt in het eerste kwartaal zijn voornamelijk veroorzaakt door de oorlog van de VS en Israël tegen Iran. De aandelenmarkten daalden scherp omdat beleggers geschrokken waren. De oorlog heeft een schok teweeggebracht in de energievoorziening en dit was onmiddellijk zichtbaar in de sterk gestegen olieprijzen. De verwachting van hogere inflatie en lagere economische groei en bedrijfswinsten leidde tot een uitverkoop van aandelen. Voordat de oorlog begon, waren de markten dit jaar iets gestegen, mede dankzij bedrijfswinsten en positieve inflatiecijfers.
Effect van de oorlog op groei al zichtbaar
Economische indicatoren wijzen op een groeivertraging in alle grote economieën na het uitbreken van de oorlog tegen Iran. De groeicijfers in Japan blijken het meest veerkrachtig te zijn. In de VS daalde de groei naar het laagste niveau in 11 maanden. In de eurozone was de groei het laagst in 10 maanden en in het Verenigd Koninkrijk in 6 maanden. De productiesector is veerkrachtiger dan de dienstensector, die zelfs bijna stilviel in de eurozone. Ondertussen drijven de hogere energieprijzen de inflatie op, waardoor het risico dat de wereldeconomie in een stagflatie scenario terechtkomt is toegenomen.
Centrale banken zijn afwachtend
In maart hielden de vier grote centrale banken de beleidsrente stabiel. Ze gaven allemaal aan eerst meer duidelijkheid te willen hebben over de inflatieschok die de oorlog tegen Iran veroorzaakt. De Fed en de ECB benadrukten beiden de onzekerheid en de risico's voor inflatie en groei, waarbij Fed-voorzitter Jerome Powell herhaalde dat beleidsmakers typisch “door energie schokken heen kijken”. De Bank of England (BoE) legde meer nadruk op het risico dat de wereldwijde inflatieschok strenger monetair beleid zou kunnen vereisen. Later in de maand veranderde de ECB-president Lagarde haar toon door te communiceren datde ECB waarschijnlijk ook moet reageren, tenzij de oorlog snel eindigt.
Obligatierentes stijgen
De wereldwijde obligatiemarkten reageerden niet in één beweging op de oorlog tegen Iran, maar met herhaalde periodes van volatiliteit, naarmate het conflict zich verspreidde en een snelle oplossing minder waarschijnlijk werd. De rendementen van staatsobligaties met een looptijd van tien jaar zijn aanzienlijk gestegen, met hogere risicopremies voor zwakkere Europese deelstaten. Korte termijn rendementen zijn nog sterker gestegen, nu financiële markten renteverhogingen verwachten van de ECB en de BoE. Voor de Fed zijn de eerder verwachte renteverlagingen inmiddels van de baan. De stijging van de rendementen was bijzonder opvallend in het VK, waar de inflatie pas recentelijk was afgenomen na de vorige energieschok.
Inflatie loopt op
Voordat de oorlog tegen Iran begon, hadden de meeste ontwikkelde economieën het gewenste inflatiecijfer van de centrale bank bereikt, of waren daar goed naar op weg. Alleen de VS had nog te maken met hardnekkige inflatie. De wereldwijde energieschok, veroorzaakt door de oorlog tegen Iran, zal de inflatie echter weer doen stijgen. Hoeveel precies is nog zeer onzeker en de impact zal waarschijnlijk per regio verschillen. Als netto energie-importeurs zijn de eurozone, het VK en Japan meer blootgesteld dan de VS. Daardoor zijn de olie- en gasprijzen het meest gestegen in Azië en Europa. De VS is echter ook blootgesteld, aangezien het nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid ruwe olie en petroleumproducten importeert, ondanks dat het een netto energie-exporteur is.
De wereldwijde economische groei zal lager zijn door het conflict
Voor de Iran-oorlog verwachtten we dat meer investeringen in AI en defensie de negatieve effecten van de Amerikaanse handelstarieven zouden compenseren. We gingen uit van een geleidelijke afname van zorgen naarmate de wereld zich aanpaste aan een “nieuwe normaal” van chronische beleidsonzekerheid. De oorlog tegen Iran heeft echter een wereldwijde inflatieschok en een vertrouwensschok veroorzaakt. Dit zal gevolgen hebben voor de wereldwijde groei. Op dit moment verwachten we geen recessies in de belangrijkste geavanceerde economieën, daar de wereld minder afhankelijk is van olie vergeleken met eerdere olieschokken. We verwachten echter nog steeds dat de wereldwijde groei zal worden afgeremd, met een toenemend neerwaarts risico op een ernstiger impact voor elke dag dat de oorlog voortduurt.