Wereldwijde aandelenmarkten stijgen ondanks de oorlog met Iran
De bewegingen op de aandelenmarkt in het tweede kwartaal werden bepaald door zowel de oorlog tegen Iran als door nieuws over AI en technologie. Ondanks dat de overeenstemming tussen de VS en Iran pas tegen het einde van het kwartaal tot stand kwam, stegen de aandelenmarkten in zowel april als mei. De zeer hoge olieprijzen leken geen rol te spelen. Ook in juni gingen de wereldwijde aandelenmarkten omhoog, maar wel schoksgewijs. Aan het begin van de maand daalden aandelenmarkten omdat een einde aan de oorlog onduidelijk bleef en tegen het einde van de maand waren er zorgen over inflatie en rentetarieven, wat vooral de waarderingen van AI en technologie naar beneden drukte.
Effect van de oorlog op groei varieert
Data liet voor zowel voor de eurozone als voor het Verenigd Koninkrijk (VK) tegen het einde van het kwartaal een krimp in economische activiteit zien. Voor Japan en Amerika was gedurende de hele oorlog sprake van groei. In alle vier deze gebieden groeide de industrie. Dit is waarschijnlijk gedeeltelijk te verklaren door bedrijven die zowel aankopen als productie naar voren haalden om verdere prijsstijgingen of zelfs fysieke tekorten later te vermijden. De dienstensector liet daarentegen meer zwakte zien. In zowel het VK als de eurozone wijst de data op krimp.
Enkele renteverhogingen gedreven door inflatie
Zoals verwacht en in lijn met de communicatie, heeft de ECB in juni de beleidsrente verhoogd. Dit besluit kwam als reactie op de oorlog in Iran. Ook de Bank of Japan heeft de rente verhoogd met 25 basispunten. De Bank of England en de Fed hielden hun beleidsrentes het hele kwartaal ongewijzigd. Er was wel verandering bij de Fed, met Kevin Warsh die Jay Powell opvolgde als voorzitter. Hoewel de rentes ongewijzigd bleven, was zijn toon na de bijeenkomst in juni verrassend agressief. Dit, samen met de hoge inflatie en een relatief robuuste economie, zorgde ervoor dat de verwachtingen op de markten toenamen dat de rentes langer hoog zouden kunnen blijven.
Obligatierentes zijn volatiel
De rendementen op 10-jaars staatsobligaties bewogen sterk gedurende Q2, onder andere als reactie op nieuws over de oorlog in Iran en de economische gevolgen daarvan. In het algemeen stegen de rentes in zowel de VS als Japan, terwijl de rentes in de eurozone en het VK daalden. Na sterke stijgingen in maart en min of meer zijwaartse bewegingen in april en mei, daalden de rentes op staatsobligaties toen de overeenkomst tussen de VS en Iran gesloten werd in juni. Dit wordt waarschijnlijk verklaard door de stijgende inflatie in het algemeen, samen met de rem op de groei die de oorlog in Iran heeft veroorzaakt. De risicopremies tussen Europese staatsobligaties daalden wat gedurende het kwartaal.
Inflatie blijft hoog
Voordat de oorlog tegen Iran begon, hadden de meeste ontwikkelde economieën ofwel hun inflatiedoel van de centrale bank bereikt, of waren ze goed op weg. Alleen de VS had nog steeds te maken met een hardnekkige inflatie. De wereldwijde schok in de energievoorziening door de oorlog tegen Iran heeft de inflatie echter weer doen oplopen. Vooral in de VS en de eurozone is de inflatie in het tweede kwartaal gestegen. In het VK is de inflatie niet gestegen, maar blijft ze boven het doelniveau. Japan was de uitzondering, waar de inflatie slechts bescheiden steeg en onder de 2% bleef. Zowel overheidssteun als gedaalde voedselprijzen vergeleken met vorig jaar helpen dit te verklaren. We verwachten dat we toch wat inflatoire effecten van de oorlog zullen zien doorsijpelen, zelfs nu sprake is van een bestand.
De wereldwijde economische groei zal lager zijn door het conflict
Voor de oorlog verwachtten we dat meer investeringen in AI en defensie de negatieve effecten van de Amerikaanse handelstarieven zouden compenseren. We gingen uit van een geleidelijke afname van zorgen naarmate de wereld zich aanpaste aan een “nieuwe normaal” van chronische beleidsonzekerheid. De oorlog tegen Iran heeft echter een wereldwijde inflatieschok en een vertrouwensschok veroorzaakt. Dit zal gevolgen hebben voor de wereldwijde groei. Het feit dat er een voorlopige oplossing is, zal de uiteindelijke impact verzachten. Toch, mochten de spanningen weer oplaaien, wat een aannemelijk scenario blijft, zullen we dichter bij ons ‘worst-case scenario’ komen, waarin de wereldwijde groei in recessiegebied kan terechtkomen.