In deze blog leggen wij uit wat basisvoorzieningen zijn, welke invloed ze kunnen hebben en wat de experimenten in de afgelopen jaren uitwijzen. Meer weten? Luister dan de podcast van Money for Change over dit onderwerp!

Basisvoorzieningen

Voor we verder de diepte in gaan nemen we eerst een stap terug: wat zijn basisvoorzieningen precies? Wij bedoelen drie dingen:

  • Basisinkomen: Een gegarandeerd inkomen dat genoeg is om van rond te komen, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat.
  • Basisbaan: Een door de overheid gecreëerde baan voor mensen die op de reguliere arbeidsmarkt geen baan kunnen of willen vinden.
  • Basisdiensten: Gratis toegang tot essentiële diensten, zoals openbaar vervoer, onderwijs en zorg.

We hoeven niet per se te kiezen tussen deze drie basisvoorzieneningen, want ze zijn vaak aanvullend. Neem bijvoorbeeld zorg: zorgkosten kunnen heel hoog liggen, en om goede zorg te leveren zijn veel mensen nodig. Zelfs iemand met een basisinkomen zal dus zorg als basisdienst nodig hebben om bijvoorbeeld een dure operatie te krijgen. Ook zouden werknemers in basisbanen de zorg kunnen ondersteunen.

De discussie over de wenselijkheid van basisvoorzieningen heeft een filosofisch element, namelijk: welk mensbeeld hanteren we? Vinden we dat iedereen recht heeft op inkomen, los van hun bijdrage aan de maatschappij, zodat mensen hun leven zelf betekenisvol kunnen invullen? Of vinden we juist dat iedereen die daartoe in staat is de plicht heeft om bij te dragen aan de samenleving door betaald werk te doen? Het antwoord op dit soort vragen hangt samen met de keuze of een basisbaan in plaats van, of juist in combinatie met, andere basisvoorzieningen moet worden aangeboden.

Economische macht

Bijna honderd jaar geleden werd er dus al nagedacht over het geven van een basisinkomen door de Amerikaanse overheid. Aanleiding was de Grote Depresssie die de Amerikaanse economie in een neerwaartse spiraal had geduwd. Bedrijven draaiden verlies en ontsloegen mensen die vervolgens te weinig geld hadden om nieuwe producten kopen. Meer en meer bedrijven gingen failliet en de werkloosheid groeide.Het idee was dat de economie een impuls zou krijgen als mensen geld zouden ontvangen. Toch verzetten grote bedrijven zich tegen dit plan.

Waarom vraag je je misschien af? De reden was simpel; bedrijven zagen in dat mensen afhankelijk zijn van hun baan en dus van hun werkgever. Een inkomen van de staat zou de machtspositie van deze bedrijven dus flink verzwakken.

En die macht is veel waard voor bedrijven, kijk alleen al naar de ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote (het deel van het inkomen dat door arbeid wordt gecreëerd) in de afgelopen decennia; waar die in de jaren 80 nog op 85% is dit inmiddels gedaald tot onder de 70%. Een steeds stuk groter deel van de inkomenstaart gaat naar kapitaalhouders, oftewel de eigenaren van bedrijven.

Door de opkomst van AI zou het inkomensdeel dat door arbeid wordt verdiend nog verder onder druk kunnen komen te staan. Als veel werk op termijn door AI zou worden vervangen, zal menselijke arbeid minder nodig zijn. Hoofdeconoom Hans Stegeman denkt dat dit ook iets moois kan betekenen voor de samenleving “Als je als mens dan dus steeds minder zelf hoeft te doen, betekent dat dat we met z’n allen steeds meer welvaart hebben waarvoor we niet hoeven te werken. Dan moet je je afvragen; werkt de arbeidsmarkt nog wel als verdelingsmechanisme van welvaart?”. Alternatieve verdelingsmechanismen zouden in dat geval kunnen bestaan uit basisvoorzieningen.

Het idee dat technologische ontwikkeling onze werkweek zal inkorten bestaat ook al langer. Econoom John Maynard Keynes voorspelde in dezelfde Grote Depressie dat we nu, in de 21ste eeuw, nog maar 15 uur per week zouden hoeven werken. Deze voorspelling is niet uitgekomen en mogelijk heeft dat met de Jevon’s paradox te maken; technologische vooruitgang zorgt weliswaar voor meer efficiëntie, maar wordt in de praktijk vaak gebruikt om de productie te verhogen in plaats van arbeid af te schalen. Toch had Keynes niet helemaal ongelijk, want we zijn de afgelopen decennia wel degelijk minder uren gaan werken. Zo werken we in Nederland nu gemiddeld 32 uur per week.

Experimenten met basisvoorzieningen

In de afgelopen jaren zijn veel wetenschappelijke experimenten uitgevoerd met basisvoorzieningen. Die geven enig inzicht in wat deze maatregelen in de praktijk betekenen voor mensen.

Een experiment met basisbanen in Groningen liet bijvoorbeeld zien dat deelnemers vaak tevreden zijn met het werk wat ze doen en vaak ook aan het werk blijven bij hun baan. Bij basisdiensten tonen de resultaten vaak overconsumptie; het meer gebruiken van iets dan strikt nodig is. Vanuit economisch perspectief wordt dit als inefficiënt beschouwd. Vanuit een bredere blik is het echter de vraag of overconsumptie nou echt een probleem vormt. Het meer consumeren van een basisdienst als onderwijs kan juist bevorderlijk zijn voor een samenleving. In onze podcast noemt Anna Koolstra , advocacy manager en co-host van Money for Change, bijvoorbeeld ook openbaar vervoer: “Als iemand extra de trein gaat nemen om vaker oma te kunnen zien en te verzorgen, is dit dan erg?”

Bij experimenten met het universele basisinkomen zijn de resultaten gemengd; sommige experimenten laten voorzichtig positieve effecten zien op zelfontwikkeling, terwijl andere weinig tot geen effect aantonen op arbeidsparticipatie en het langdurige geluk van mensen. Probleem met deze experimenten is vaak dat ze kleinschalig en tijdelijk zijn en dus niet de gewenste cultuurverandering teweegbrengen die er idealiter mee gepaard zou gaan

Een grootschaliger experiment in Kenia laat een duidelijker positief effect zien op de ontwikkeling van de lokale economie.

Al met al zijn er dus voorzichtige positieve signalen uit de bestaande experimenten met basisvoorzieningen, maar blijft het de vraag wat voor effecten op het niveau van een hele maatschappij zichtbaar zouden worden als basisvoorzieningen worden ingevoerd.

Meer weten over hoe geld ingezet kan worden voor verandering? Abonneer je dan op onze podcast Money for Change!