Het begon in 2012 met een praktische vraag. Architect Bas de Vries, meubelmaker Bauke Smit en productvormgever Wimke van den Heuvel zochten alle drie een werkplek in Nijmegen. Via de gemeente kwamen ze terecht in de leegstaande Honigfabriek, waar ze De Smeltkroes ontwikkelden. 

Wat begon als een oplossing voor hun eigen behoefte, groeide uit tot een plek voor veel meer creatieve ondernemers. “We zijn een stad met zo’n 190.000 inwoners, zonder kunstacademie, maar wel met heel veel creatief talent”, vertelt de Vries. “Daar wilden we ons hard voor maken.” 

Omdat de Honigfabriek een tijdelijke locatie was, gingen de drie op zoek naar een permanente plek. Die vonden ze op het voormalige industrieterrein NYMA aan de Waal. In 2020 kregen ze de sleutel van een voormalige kunstzijdespinnerij.

Een kleine stad in de stad 

De initiatiefnemers wilden meer creëren dan alleen werkruimtes. NYMA moest een plek worden waar creatieve ondernemers elkaar ontmoeten, kennis delen en samen kunnen groeien. 

“We wilden een plek waar makers elkaar verder helpen”, zegt Smit. “Dat kan zijn in de vorm van vriendschappen, maar ook door elkaars kennis en kunde te gebruiken om samen grotere projecten aan te nemen.” 

Inmiddels werken er zo'n 150 makers: van goudsmeden en keramisten tot gitaarbouwers en tekstschrijvers. Naast werkruimtes zijn er voorzieningen en activiteiten die ontmoeting stimuleren. Smit omschrijft NYMA als “een kleine stad in de stad”. Uiteindelijk moet de makersplaats ruimte bieden aan meer dan 250 creatieve en ambachtelijke ondernemers.

Nieuw leven voor industrieel erfgoed 

De transformatie van de voormalige spinnerij was geen eenvoudige opgave. Op sommige plekken groeiden bomen door het dak en delen van vloeren en balustrades waren ingestort. Toch kozen de initiatiefnemers bewust voor behoud van het bestaande gebouw. 

De drie initiatiefnemers op het terrein van Nyma
De drie initiatiefnemers op het terrein van NYMA.

Smit: “Het ademt historie. Het is net als met het kopen van een huis: soms stap je ergens binnen en weet je dat dit het is.” 

Samen met architect Iggie Dekkers en ontwerper Piet Hein Eek zochten ze naar manieren om het industriële karakter zoveel mogelijk te behouden. Zo bleef het karakteristieke lessenaars dak zichtbaar, terwijl nieuwe ramen zorgen voor betere isolatie. Ook de uitstraling van de oude betonnen vloer bleef behouden door er een nieuwe zwevende vloer boven te plaatsen. 

Verduurzamen om betaalbaar te blijven 

Tijdens de ontwikkeling kregen de ondernemers te maken met de coronapandemie, stijgende bouwkosten en de energiecrisis. Dat maakte het extra uitdagend om de werkruimtes betaalbaar te houden voor creatieve ondernemers. 

Samen met Triodos Bank werd gekeken hoe de exploitatie toekomstbestendig kon worden gemaakt. Er werd geïnvesteerd in zonthermie en zonnepanelen om de energiekosten beheersbaar te houden. Ook toekomstige ontwikkelfases kunnen op deze installaties worden aangesloten. 

“Toen de energiecrisis uitbrak, besloten we samen met Triodos Bank om het gebouw te verduurzamen”, vertelt Smit. “Op die manier houden we de kosten in toom.”

Ondernemen en ontwikkelen tegelijk 

De initiatiefnemers namen zelf de rol van ontwikkelaar en hoofdaannemer op zich. Dat hielp om kosten te besparen, maar betekende ook dat zij een complexe vastgoedontwikkeling grotendeels zelf moesten organiseren. 

Daarbij werden de toekomstige gebruikers actief betrokken. Verschillende makers werkten mee aan de afbouw van het pand. Van den Heuvel: “Doordat we de afbouw van de makersplaats samen met eindgebruikers hebben gerealiseerd, zit er al echt een ziel in het gebouw. De makers hebben hun eigen plek gebouwd.” 

Die betrokkenheid gaat verder dan de bouw alleen. De initiatiefnemers willen uiteindelijk ook makers economisch laten deelnemen in de plek die ze gezamenlijk hebben opgebouwd. 

Een plek die blijft ontwikkelen 

NYMA makersplaats is onderdeel van het grotere NYMA-terrein, dat zich verder ontwikkelt tot een gebied voor werken, cultuur, sport en ontmoeting. Voor de drie initiatiefnemers blijft daarbij één uitgangspunt centraal staan: de makers. “Uiteindelijk doen we het voor de makers, we zijn niets zonder hen”, zegt Smit.