Die bescheidenheid heeft een logische reden: Kuyichi werd in 2001 opgericht óm het anders te doen. Peter: “Duurzaamheid en solidariteit zijn de redenen dat we überhaupt bestaan. Daarom zijn veel dingen voor ons heel normaal. We vergeten soms om ermee de bühne op te gaan.” Soms is dat even slikken. “We brachten bijvoorbeeld de eerste 100% gerecyclede spijkerbroek naar buiten, van post consumer recycled denim. Dat deden we zonder al te veel tamtam. Een jaar later deed een ander merk dat ook, die streek vervolgens alle eer op. Dan krab je je wel even achter de oren.”

Tegelijkertijd past dit ook wel bij Kuyichi, vervolgt Peter: “We zijn een soort guerrillastrijders. We pionieren in de schaduw en onder de grond. Daar laten we zien wat mogelijk is en hoe het anders kan, zodat anderen kunnen volgen.

De katoenindustrie veranderen

Het verhaal van Kuyichi begon in 1998. De oprichters van stichting Solidaridad waren in Peru om zich voor het eerst te verdiepen de katoenindustrie. “Ze waren geschokt toen ze zagen hoe vervuilend en oneerlijk die industrie was”, zegt Bjorn John Baars, brand director en mede-eigenaar van Kuyichi. Het werd hun volgende missie om daar verandering in te brengen. Ze sloegen de handen ineen met lokale katoenboeren, met als doel: biologisch katoen produceren, compleet met eerlijk loon voor de boeren.

Maar toen ze het biologische katoen aanboden aan grote modemerken, was er nauwelijks interesse voor. “Het had toen nog een heel erg geitenwollen sokken-imago”, aldus Bjorn. “Daarom besloten ze om er zelf spijkerbroeken van te maken.” Kuyichi was geboren.

De eerste biologische spijkerbroek

Sindsdien boekte het modemerk een lange reeks aan duurzame mijlpalen. Bjorn: “In 2004 brachten we de eerste spijkerbroek van biologisch katoen op de markt. En sinds 2014 is al het katoen dat we gebruiken gecertificeerd biologisch. We waren ook de eersten die jeans maakten van gerecycled katoen en we experimenteerden door de jaren heen met allerlei andere duurzame materialen. In september organiseren we een evenement bij De Rode Winkel in Utrecht, waar we de 25 meest bijzondere broeken uit onze historie exposeren. Daar komen allerlei materialen langs, van hennep tot bamboe. We hebben zelfs ooit een spijkerbroek gemaakt van sojaboonschillen.”

Meer weten over hoe Kuyichi duurzaamheid aanpakt? Lees hier meer over het materialengebruik bij Kuyichien de samenwerking met leveranciers.

Doorstart maken

Maar pionieren is lang niet altijd makkelijk. In 2015 verkeerde Kuyichi vooral in zwaar weer en dreigde zelfs failliet te gaan. Peter en Bjorn besloten de naam en overgebleven voorraad over te nemen en een doorstart te maken. Peter verklaart: “Ik was op dat moment al vijftien jaar betrokken bij Kuyichi en dacht: ‘Een merk dat zo’n mooi verhaal heeft, dat zo echt is, mag niet zomaar verloren gaan.’”

Bjorn, die op dat moment ook al 12 jaar in dienst was bij het merk, kijkt daar met veel plezier op terug. “Het was een bijzondere tijd. We hadden nog niet eens een kantoor, dus ik laadde de voorraad in de achterbak en reed het hele land door om het bij retailers aan de man te brengen. De prototypes van onze eerste nieuwe collectie legden we neer in de achtertuin van Peter om ze goed te kunnen beoordelen.”

Alternatief voor fast fashion

Sinds de overname zit Kuyichi weer in de lift. Zelfs de coronapandemie wist het modemerk te overleven. Zodoende biedt Kuyichi nu al een kwart eeuw een duurzaam alternatief voor fast fashion. En dat is ook precies waarvoor het modemerk werd opgericht. “We hoeven niet de grootste te zijn, maar we willen wel impact maken”, zegt Bjorn. “Dat is tot nu toe erg goed gelukt. Nederland is toch wel echt een denim capital, veel grote merken hebben hier hun hoofdkantoor. Zij kijken constant mee met wat wij doen, waardoor je als kleine speler toch impact kan maken.”

Ook Peter ziet veel positiefs gebeuren in de mode-industrie. Tegelijkertijd is er nog steeds ontzettend veel werk aan de winkel. “Slechts 3 procent van alle katoen in de wereld is biologisch. Daar valt nog zóveel te winnen. Hetzelfde geldt voor arbeidsomstandigheden. In Europa zal je veel minder erbarmelijke omstandigheden tegenkomen in kledingfabrieken, dat is mooi. Maar in landen als Bangladesh, China en India zeker wel.”

Ook op het gebied van bewustwording valt nog een wereld te winnen, stelt Bjorn: “Steeds meer mensen zijn zich bewust van de problemen in de mode-industrie, maar de meesten hebben geen idee. Dat is overigens niet hun schuld. Mensen weten simpelweg niet dat een spijkerbroek helemaal geen 10 euro kán kosten. En dat de echte prijs elders wordt betaald, in de vorm van milieuvervuiling en oneerlijke lonen.”

De mode-industrie ‘ontfashionen’

Kuyichi zet zich daarom in om de mode-industrie te ‘ontfashionen’, want juist bij het woordje ‘mode’ starten veel van de bovenstaande problemen. “Merken slingeren hun nieuwe collectie de wereld in en twee maanden later is het alweer tijd voor de volgende. De oude collectie is meteen minder waard en mag in de uitverkoop”, aldus Peter. “Dat is natuurlijk niet houdbaar. Bij Kuyichi doen we eigenlijk het tegenovergestelde. Bij ons krijgen zaken als duurzaamheid, transparantie en eerlijke prijzen voorrang op trends en groei.”

“Veel van onze kledingstukken vallen onder de core-collectie en zijn never out of stock (altijd op voorraad, red.)”, vult Bjorn aan. “Omdat we weten dat het tijdloze producten zijn, van hoge kwaliteit en met hoge standaarden gemaakt. Die verliezen nooit hun waarde en raken nooit uit de mode. Een aantal jeans van ons zitten al meer dan tien jaar in de collectie.”

Doorzetten

Tegen de stroom inzwemmen dus. En dat nu al 25 jaar. “Het is echt een kwestie van doorzetten”, aldus Bjorn. “En vaak ook nog eens op een oneerlijk speelveld. Fast fashion-merken hebben bijvoorbeeld veel meer marge en dus ook veel meer marketingbudget. Ondertussen stoppen wij al onze inkomsten in het neerzetten van een zo goed, duurzaam en eerlijk mogelijk product. Dan blijft er vaak heel weinig over om dat verhaal ook op een goede manier naar buiten te brengen.”

Maar Peter en Bjorn laten zich niet uit het veld slaan. “We hebben nooit water bij de wijn gedaan en dat zullen we in de toekomst ook niet doen”, zegt Peter. “Maar het wordt wel de hoogste tijd om onze bescheidenheid achter ons te laten en wat meer de vruchten te plukken van onze inspanningen. We willen in ieder geval niet herinnerd worden als dat ene merk dat heel veel mogelijk maakte in de mode-industrie, maar er nu niet meer is. En dat gebeurt ook niet. We zijn een gezond bedrijf.