Triodos Bank investeert alleen in bedrijven die de wereld een stukje beter maken. Elke potentiële investering wordt dan ook kritisch onder de loep genomen. “Daarbij gaat het niet alleen om wat we wel willen”, zegt Roos Walstock, onderzoeker bij Triodos Bank. “Wat we niet willen, is minstens net zo belangrijk.” Goed presteren op het ene duurzaamheidsaspect (bijvoorbeeld biodiversiteit) mag niet gaan ten koste van een ander (bijvoorbeeld mensenrechten). Anders dicht je het ene gat, terwijl er elders een nieuwe ontstaat.

Om dit soort ‘afruilen’ te voorkomen, hebben we onze minimumeisen in het leven geroepen: een set duidelijke ondergrenzen op verschillende thema’s. Van dierenwelzijn tot mensenrechten. En van vervuiling tot ontbossing. Walstock: “Als een bedrijf aan één of meerdere van onze minimumeisen niet voldoet, gaan we er niet mee in zee. Hoe inspirerend en mooi de rest van het verhaal ook is.”

Stok achter de deur

De minimumeisen zijn een levend document, waar we regelmatig kritisch naar kijken. Elke twee jaar worden ze onder de loep genomen en waar nodig geüpdatet. Triodos-onderzoeker Pjotr Tjallema: “We hebben onze visie op dierenwelzijn bijvoorbeeld concreter gemaakt. Zo hebben we nu specifieke eisen op het gebied van huisvesting en transporttijden.”

Daarmee zijn onze minimumeisen een belangrijke stok achter de deur bij alle investeringen en financieringen. Maar… het blijft soms lastig. Triodos-onderzoekers Roos Walstock, Matija Kajic en Pjotr Tjallema lichten drie dilemma’s toe.

1. De geopolitieke spanningen in de wereld nemen toe. Investeren we dan wel of niet in wapens en defensie?

Roos Walstock, onderzoeker bij Triodos Bank.
Roos Walstock, onderzoeker bij Triodos Bank.

Roos Walstock, onderzoeker bij Triodos Bank: “Als Triodos Bank zien we de geopolitieke spanningen in de wereld en snappen we de roep voor een onafhankelijker en weerbaarder Europa. Ook snappen we dat daar defensieactiviteiten voor nodig zijn. Toch investeren wij daar bewust niet in en roepen wij andere financiële instellingen (zoals banken en verzekeraars, red.) op om hetzelfde te doen. Daar hebben we verschillende redenen voor.

Ten eerste vinden we het ethisch verwerpelijk om winst te maken op investeringen in wapenfabrieken. Dat zit zo: als je ergens in investeert, heb je er belang bij dat die investering z’n waarde behoudt of in waarde toeneemt. In het geval van wapens heb je er dus belang bij dat ze nodig blijven op de lange termijn en je zou (in financieel opzicht) balen van wereldvrede. Dat is raar. Er ontstaat een financiële prikkel die baat heeft bij alle ellende die bij oorlog hoort. Terwijl: defensie hoort geen winstmachine te zijn. Het hoort een maatschappelijk doel te dienen. Wij vinden dan ook dat het de taak is van overheden om in defensie te investeren, niet van financiële instellingen.

Ten tweede is corruptie en gebrek aan transparantie in de wapenindustrie een groot en aanhoudend probleem. Denk aan betalingen van smeergeld of wapens die via omwegen en tussenpartijen terechtkomen bij dubieuze regimes, terroristen en criminele organisaties. Het is een industrie waar echt veel mis mee is. Ook daarom moeten financiële instellingen er wat ons betreft ver van wegblijven. Als overheden de enige investeerders zijn, kan er veel meer en strenger toezicht plaatsvinden.

Kunnen financiële instellingen dan helemaal niets bijdragen aan een autonomer en veiliger Europa? Zeker wel. Veiligheid en autonomie gaan namelijk verder dan alleen defensie. Het gaat bijvoorbeeld ook om betere infrastructuur en digitalisering. Betere treinverbindingen en communicatienetwerken zorgen voor meer verbondenheid tussen landen, resulterend in een weerbaarder Europa. Maar denk bijvoorbeeld ook aan autonomie op het gebied van energie en grondstoffen. Hoe meer schone energie we zelf opwekken en hoe meer we inzetten op de circulaire economie, hoe minder afhankelijk we zijn van  geopolitieke ontwikkelingen. Dáár kunnen financiële instellingen wat ons betreft wel een belangrijke rol pakken.”

2.    Veel bedrijven gebruiken nog steeds nieuw plastic in hun producten. Sluiten we die sowieso uit of zijn er uitzonderingen?

Matija Kajić, onderzoeker bij Triodos Bank.

Matija Kajić: “Laten we vooropstellen: plasticvervuiling is een gigantisch, wereldwijd probleem. Elke dag wordt het equivalent van 2.000 vuilniswagens vol plastic gedumpt in oceanen, rivieren en meren. Met alle gevolgen van dien voor de natuur, biodiversiteit en onze eigen gezondheid.

Triodos Bank ziet de productie van nieuw plastic (ook wel virgin plastic genoemd, red.) dan ook als een groot probleem. Toch sluiten wij bedrijven die nieuw plastic gebruiken (nog) niet per definitie uit. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste zijn er nog steeds een aantal essentiële toepassingen voor nieuw plastic waar nog geen duurzamer alternatief voor bestaat. Denk bijvoorbeeld aan de slangetjes en hechtdraden die worden gebruikt in ziekenhuizen.

Ten tweede snappen we dat bedrijven niet van de één op de andere dag kunnen afstappen van nieuw plastic. Daar is tijd voor nodig. Daarom eisen we in ieder geval twee dingen van de bedrijven waarin we investeren:

  • Dat ze hun plasticvoetafdruk monitoren en daar transparant over rapporteren.
  • Dat ze actief op zoek zijn naar manieren om die plastic voetafdruk te verkleinen. Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van alternatieve materialen, het terugdringen van het gebruik van single-use plastics en het verder brengen van recyclingtechnieken.

Door dit op te nemen in onze minimumeisen stimuleren we innovatie bij de bedrijven waarin we investeren. En de bereidheid om over te schakelen naar geschikte alternatieven zodra die beschikbaar zijn.”

3. Mariene ecosystemen staan onder druk. Investeren we dan wel of niet in octopus-kwekerijen?

Pjotr Tjallema, onderzoeker bij Triodos Bank.
Pjotr Tjallema, onderzoeker bij Triodos Bank.

Pjotr Tjallema, onderzoeker bij Triodos Bank: “Bij Triodos Bank geloven we in dierwaardigheid. Je kunt niet altijd garanderen dat een dier gelukkig of blij is. Maar je kan wel je best doen om dierenleed zo veel mogelijk te beperken en voorkomen. Daar kijken we bij Triodos Bank dan ook kritisch naar bij de financieringen die we doen.

Laten we door die lens kijken naar octopuskwekerijen. Die bestaan nog niet, maar er zijn plannen om dit soort kwekerijen op te zetten, bijvoorbeeld voor de kust van de Canarische eilanden. Het argument om dat te doen: de vraag naar octopus stijgt, waardoor wilde populaties, bijvoorbeeld in Mauritanië, steeds meer onder druk komen te staan door overbevissing. Hoewel overbevissing van octopussen inderdaad een groot probleem is, zien wij kwekerijen hier niet als de oplossing.

Ten eerste is het niet bewezen dat meer kwekerijen leiden tot minder wildvangst. Sterker nog, het tegenovergestelde kan gebeuren. Dat zit zo: kwekerijen creëren meer aanbod, maar de vraag blijft (in eerste instantie) hetzelfde. Bedrijven stuwen dan graag de vraag door middel van marketingcampagnes. Het gevolg: de vraag neemt toe. De opkomst van octopus-kwekerijen kan zo’n effect hebben. En kan op den duur zelfs tot meer wildvangst leiden. Daar komt bij dat octopussen roofdieren zijn en zelf ook vis eten, zo'n drie keer hun eigen lichaamsgewicht. Die vis moet ook gevangen worden. Het probleem van overbevissing kan dus alleen maar groter worden.

Maar veel belangrijker nog: octopussen zijn intelligente, vaak agressieve roofdieren, die het liefst alleen leven. Het is het enige ongewervelde dier dat volgens wetenschappers een bewustzijn heeft. Ook weten we dat ze emoties en pijn kunnen ervaren en dat ze puzzels kunnen oplossen. In kwekerijen zullen ze waarschijnlijk (te) dicht op elkaar moeten leven, met allerlei rode vlaggen op het gebied van dierenwelzijn tot gevolg. Met andere woorden: wij blijven ver weg van octopus-kwekerijen.”