Dit artikel verscheen eerder op Hetkanwel.nl.
Om hier een plekje te bemachtigen, moet je mazzel hebben, weet Anton. Als architect is hij gespecialiseerd in waterwoningen, oftewel woonarken. Inmiddels drijven in deze buurt tien woningen die Anton heeft ontworpen. “Omdat ik hier veel werkte, was ik goed op de hoogte van wat er speelde en wist ik dat het niet zo goed ging met Jan, die hier voor ons woonde.” Toen hij was overleden deed een handjevol geïnteresseerden een bod en ging de plek naar Anton en Jochem. “We hebben hier 4 jaar in zijn oude boot gewoond, omdat we het ontwerp nog moesten maken en de vergunningen nog moesten regelen. Dat is ongeveer hoelang dat duurt.”
Met tijd en ruimte wordt een huis beter
Die tijd heb je ook nodig. “De projecten die tijd en ruimte krijgen, worden beter,” legt Anton uit. Hij raadt zijn opdrachtgevers dan ook altijd aan om eerst een tijdje op een bepaalde plek te wonen, in de oude boot die er al ligt. “Dan krijg je veel meer gevoel bij zo’n plek en de omgeving. Dan weet je bijvoorbeeld waar de ramen moeten zitten om het meest fantastische uitzicht en de beste lichtinval door de seizoenen heen te hebben. Daar kan ik dan weer rekening mee houden in het ontwerp.”
Zelf woont Anton inmiddels zo’n 20 jaar op het water. “Eerst woonde ik op de Amstel en daarna in het centrum op de gracht. Maar dit is zo’n fantastische plek met vrij uitzicht over de Schinkel dat ik denk dat ik hier nooit meer weg wil.” Dat hij ooit de overstap maakte van een appartement in de Jordaan naar wonen op het water, was geen grote verrassing.
Hij groeide op in een zeilfamilie en droomde ervan ooit op een zeiljacht te wonen. “Maar een zeiljacht is echt wel primitiever dan een woonark. Dat wil niet iedereen, dus toen ik relaties kreeg veranderde dat beeld. Heel even overwoog ik nog een schip, maar dat vergt veel meer onderhoud dan een woonark, waar je in principe niks meer aan hoeft te doen als die eenmaal af is.”
Nu ‘kampeert’ hij tijdelijk in zijn eigen woonark die nog niet af is. Met een campingtafeltje als aanrecht en een opblaasbank met uitzicht over het water. De keuken en de houten vloeren moeten er nog in. De zonnepanelen moeten nog op het dak. De verticale tuin met inheemse planten moet nog aangelegd in de gevel. En op het dakterras komen nog ingebouwde banken en een glazen plaat om ook daar van het uitzicht te kunnen genieten.
De perfecte combinatie van stad en natuur
Anton is een stadmens, maar ook een natuurmens. Dat komt hier mooi samen. Zo zwemt er dagelijks een meerkoet langs de open pui om brood te vragen. Tot groot ongenoegen van hond Lobby die dat brood liever voor zichzelf houdt. Een paar meter verderop dobbert een jonge fuut in afwachting van de moeder die onder water op vis aan het jagen is.
“De meerkoet had ook drie jongen dit jaar, maar die zijn allemaal opgegeten. Of door de meeuwen, vanuit de lucht, of door een snoek, vanuit het water. Dat is de harde realiteit van de natuur die je hier vanuit je woonkamerraam meemaakt.” Als de woonark af is, zal hij tussen zijn eigen woning en die van de buren een autoband met groen voor de meerkoet neerleggen, zodat de jongen beter beschermd zijn.
Maar eerst moet zijn eigen huis af. “Met mijn eigen woonark ben ik net een stapje verder gegaan als het gaat om duurzaamheid, omdat ik het leuk vind om te experimenteren en te kijken wat dat oplevert.”
Luchtdicht bouwen
Zo heeft hij de woonark luchtdicht gebouwd. Dat klinkt gek in een tijd waar de nadruk ligt op isolatie én ventilatie. Maar luchtdicht betekent niet dat er niet geventileerd wordt, legt Anton uit.
“Normaal gesproken zet je de contactdoos bijvoorbeeld in de bouwkundige wand, maar daarmee ontstaat eigenlijk een gat in de beschermende folie (het folie zorgt ervoor dat er geen vocht in je isolatie trekt – red). Daarom heb ik ervoor gekozen om de HSB-wanden (houtskeletbouw) en folies ononderbroken te bouwen en alle technische dingen daar dan nog weer voor te zetten in een aparte installatiespouw. Dat heeft wel tot gevolg dat de wanden bijna 40 cm dik zijn, dus je verliest ruimte. Maar daar krijg je extra isolatiewaarde voor terug en mijn uiteindelijke doel is om bijna niet te hoeven stoken. Dat hoop ik hiermee te bereiken.”
Het ventilatiesysteem haalt de lucht van buiten en zorgt dat deze op kamertemperatuur is voordat de lucht het huis in geblazen wordt. Dat scheelt energie.
Energiezuinig koelen en verwarmen
De vloerverwarming is tegelijkertijd een vloerverkoeling. Airco is dus niet nodig. “Als je wilt koelen, heb je vaak heel veel energie tot je beschikking, omdat de zon op dat moment schijnt. Bovendien woon je op het water; dat koelt de woning niet alleen van onderen, maar zorgt er ook voor dat als je thuiskomt, je alle puien openzet en lekker het water in plonst.”
Een stukje verderop markeert een geel touw met drijvende ballen een zwemgebied, maar hier duikt iedereen vanaf de boot zo het water in. “Het komt regelmatig voor dat de buurvrouw langs ons huis zwemt en dat we dan heel even een praatje maken voordat ze doorzwemt,” lacht Anton, die een zwemplatform mét buitendouche aan zijn ark heeft gebouwd.
Wel of geen thuisbatterij?
Terwijl we aan het praten zijn, wordt er aangebeld. De installateur van de zonnepanelen komt de woonark bekijken, zodat hij een passend advies kan uitbrengen. Er is ruimte voor 9 panelen. “Ik heb het dak ingedrukt, waardoor er een soort bak ontstaat. Zo zie je de zonnepanelen niet als je bijvoorbeeld komt aanvaren, dat vind ik niet mooi,” lacht Anton.
Rond de zonnepanelen komt een sedumdak. “Dat heeft esthetische waarde, maar zorgt ook voor verkoeling. Zowel in huis als voor de zonnepanelen.. En het lijkt me heel leuk dat je vanaf het dakterras die zonnepanelen in een soort van bedje van groen ziet liggen.”
Om de zonnepanelen optimaal te kunnen benutten, overweegt Anton het plaatsen van thuisbatterijen. “Ik heb alles voorbereid om ze te kunnen installeren, maar ik wil eerst met het systeem dat ik nu heb alle seizoenen meemaken. Zo kan ik zien waar ik eventueel tekortkom en hoe ik dat duurzaam kan oplossen.”
“We zijn ook met de steiger aan het kijken of iedereen een wat kleinere accu kan nemen, in plaats van een groot pakket, die we aan elkaar kunnen lussen. Op die manier kunnen we elkaar ook van energie voorzien, natuurlijk met een meter ertussen. Als je allemaal veel capaciteit neerzet die je wellicht helemaal niet gebruikt, is dat een beetje overkill.”
Waterwonen en klimaatverandering
Volgens Anton is een waterwoning beter bestand tegen klimaatverandering dan een regulier woonhuis. “Een waterwoning dobbert mee op een stijgend of dalend waterpeil. “De ene keer stap je naar beneden op de steiger en de andere keer omhoog.”







Bedankt voor je reactie!
Bevestig je reactie door op de link in je e-mail te klikken.