Deze beweging is niet nieuw. Samenwerken is van alle tijden. Maar de manier waarop we het tegenwoordig vormgeven wel. Niet in traditionele gemeenschappen of zuilen, zoals in de vorige eeuw, maar vanuit communities rondom thema’s. Mensen vinden elkaar door de klimaatcrisis, hoge energieprijzen, gezonde voeding, groeiende eenzaamheid en het verlangen naar meer sociale verbondenheid, blijkt uit een trendonderzoek in het kader van Duurzame Dinsdag, de ‘Prinsjesdag van de duurzaamheid’. De idealen van de mensen in deze communities zijn niet abstract, maar praktisch – vaak met verrassend veel impact. Maatschappelijk, maar ook financieel, want ook het geld blijft in de gemeenschap.
Onderzoekers en beleidsmakers noemen dit gemeenschapseconomieën. In zulke economieën staat het welzijn van de gemeenschap centraal. Ze draaien om gedeelde verantwoordelijkheid, gedeeld eigendom, samenwerking en gezamenlijke besluitvorming. De initiatiefnemers gebruiken deze termen zelf niet. Zij komen gewoon in actie in een vorm die daar het beste bij past. Van Amsterdam tot Limburg, van Den Haag tot Enschede vind je voorbeelden van dit soort initiatieven waar deelnemers zelf aan het roer staan. Wij zetten er 5 in het zonnetje.
Schoonschip: duurzaam wonen op het water
De wooncommunity Schoonschip is Europa’s duurzaamste drijvende woonwijk. Mede mogelijk gemaakt door Triodos Bank, die de hypotheken voor de drijvende woonappartementen verstrekte. De community begon als een droom van een groep vrienden en bestaat uit 46 huishoudens, verdeeld over 30 unieke, drijvende woningen. De bewoners delen voorzieningen zoals zonnepanelen, warmtepompen, een moestuin en auto’s. Maar ze vergroenen ook de omgeving rondom hun duurzame woonwijk in Amsterdam-Noord. Schoonschip is niet alleen sociaal, maar ook technisch de tijd vooruit, onder andere door het smart grid van de community. Dat smart grid vormt het hart van Schoonschip. De hele wijk heeft slechts één aansluiting met de wal, want de huizen wisselen energie uit met elkaar. Met zonnepanelen, warmtepompen en batterijen wekken de bewoners energie op, slaan ze overschotten op en vangen ze pieken in energiegebruik op.
Chai Locher woont samen met zijn vrouw en twee kinderen in een van de drijvende huizen. Hij is co-founder van Schoonschip Energies, het energiecollectief van de bewoners. “Schoonschip ontstond uit het ideaal om een sociale en duurzame woonwijk te bouwen. Om dat vijftien jaar geleden voor elkaar te krijgen, was echt pionieren. Maar dat pionieren zit nog steeds in de community. We blijven slimme oplossingen bedenken om bij te dragen aan een betere wereld. We werken nu aan meer biodiversiteit op Schoonschip, door de aanleg van een park en moestuin op de kade. Ook testen we hoe we met vacuüm wc’s water en afval kunnen besparen. Met Schoonschip Energies zoeken we naar manieren om energie te besparen en slimmer gebruik te maken van ons smart grid.”

Het smart grid is niet alleen fijn voor de community, maar ook voor de netbeheerder. Chai: “We kunnen met dit grid overschotten opslaan en pieken opvangen. We doen dat bijvoorbeeld door de instellingen van de warmtepompen aan te passen. Bewoners merken er niets van als een warmtepomp af en toe harder of zachter draait. Maar we besparen op die manier veel energie en verschuiven de energiepieken.”
Het systeem werkt zo goed dat Schoonschip haar kennis deelt door workshops te geven voor gemeenten en projectontwikkelaars. “Omdat wij maar één aansluiting hebben op de wal en onderling de pieken opvangen, is onze aansluitcapaciteit veel lager dan die van reguliere woonwijken.“
En juist de aansluitcapaciteit is door netcongestie, waarbij de vraag naar elektriciteit de capaciteit overstijgt en het net overbelast wordt, een groot probleem bij veel nieuwe woonwijken. “Door onze aanpak kunnen gemeenten en projectontwikkelaars ineens wél een hele wijk aansluiten op het elektriciteitsnet. Dat is in deze tijd van woningnood heel belangrijk”, vertelt Chai.
Alle belangrijke besluiten over investeringen in de energiehuishouding nemen de bewoners tijdens de VvE-vergaderingen. Daar komt de vraag steeds terug: doen we dit om geld te besparen, om te verdienen, of om de energietransitie te versnellen? Chai: “Vaak is het antwoord: om de energietransitie te versnellen. We zijn deze duurzame woonwijk vanuit idealen gestart. Die idealen blijven centraal staan.”
De energietransitie versnellen in Terheijden
In het Brabantse dorp Terheijden werkt het Traais Energie Collectief (TEC) aan een indrukwekkend doel: volledig energieneutraal zijn in 2027 – los van gas én van grote energiebedrijven. “En dat met het hele dorp,” vertelt Kees Vermeulen, vrijwilliger bij het Traais Energie Collectief. “We begonnen in onze straat met acht van de dertien huizen die zouden meedoen aan een warmtenet. Toen mensen zagen dat het echt werkte, werden het er dertien van de dertien. Je moet sympathie wekken en naar mensen luisteren, dan krijg je iedereen mee.”
Wat begon als een dorpsinitiatief groeide uit tot een volwaardige coöperatie. Samen met bewoners investeert de coöperatie in lokale energieopwekking via een zonnepark en een windmolen en een warmtenet. Dankzij slimme financiering, waaronder steun van Triodos Bank, en een sterke sociale aanpak zijn inmiddels tientallen huizen aangesloten. Dorpsbewoners kunnen lid worden voor een klein bedrag en zelfs investeren in het project via obligaties, die ze ‘bouwstenen’ noemen. Zo blijft de opbrengst van de energievoorziening binnen de gemeenschap, in plaats van te verdwijnen naar grote energiemaatschappijen.
Meer weten over dit bijzondere bewonersinitiatief? Lees hier het hele verhaal.
Op den Bees: een community van tiny houses
Midden in het Limburgse landschap, vlakbij Schimmert, staat de duurzame tinyhouse-community Op den Bees. Het project ontstond in 2021 na een oproep van de gemeente Beekdaelen, die een stuk voormalig kwekerijterrein beschikbaar stelde om 11 tiny houses te bouwen. De bewoners – in totaal 17 mensen – ontwierpen en bouwden hun eigen, ecologisch verantwoorde huisjes met natuurlijke materialen als hout, leem en kurk, voorzien van groene daken. Ze delen idealen van simpel leven, ecologische verantwoordelijkheid en ‘samenredzaamheid’.
Samen zorgen ze voor de buitenruimte, het voedselbos en de moestuin en delen ze gereedschap. Elke maand steken ze met z’n allen de handen uit de mouwen op het terrein. Beslissingen nemen ze tijdens ledenvergaderingen. Voorzitter van de Vereniging Marcel van Kasteren: “Maar verder leven we ook gewoon ons leven.”
Benieuwd naar Op den Bees? Lees hier het hele verhaal.
DEEL: auto’s delen met je buurtgenoten
Auto’s delen is niet alleen duurzaam, het schept ook verbinding. Het idee voor DEEL ontstond in 2019 toen oprichters Walter Dresscher en Irene Rompa genoeg hadden van de overvolle straten en het gebrek aan ruimte om te leven, spelen en wandelen. Hun oplossing: auto’s collectief bezitten in plaats van individueel. Niet via een commercieel platform, maar in de vorm van buurtcoöperaties. Elke coöperatie krijgt begeleiding, tools en ondersteuning om duurzame, gedeelde mobiliteit op te zetten – zonder winstoogmerk en mét subsidie van de gemeente. Er zijn inmiddels coöperaties in Amsterdam, Groningen, Den Haag, Nijmegen en Waterland.

In Den Haag hebben inmiddels 525 bewoners zich aangesloten bij DEEL, een coöperatie met meerdere lokale hubs. Een van hen is Laura Menenti, deelnemer van de buurtcoöperatie Bloemenbuurt en Vogelwijk. Laura vertelt: “Onze eigen auto had veel kuren, dus daar wilden we afscheid van nemen. Het idee was om een tijdje zonder auto te leven, want eigenlijk stond die meestal stil voor de deur. Als we er een nodig hadden, gebruikten we MyWheels. Tot ik hoorde van DEEL. Ik mailde de gemeente om te vragen of er in de Vogelwijk – de wijk waar ik woon – al iemand het initiatief had genomen om een buurtcoöperatie op te zetten. Dat bleek zo te zijn, dus ik nam contact met haar op. Vervolgens haakten we samen aan bij de bestaande buurtcoöperatie in de Bloemenbuurt en fuseerden we.”
En met succes. Inmiddels hebben 37 huishoudens zich aangesloten en samen delen ze vijf elektrische auto’s: zowel grotere exemplaren als compacte stadsauto’s. “Je kunt er zelfs mee op vakantie,” vertelt Laura. “Een groot aantal van onze auto’s is deze zomer in het buitenland geweest.”
Laura is enthousiast: “Het autodelen heeft veel voordelen. Je bespaart kosten, het is duurzamer en ook nog eens gezellig. Ik heb veel nieuwe mensen in mijn buurt leren kennen.” De leden betalen per kilometer en per uur, terwijl de vaste kosten laag blijven. “En we zijn flexibel”, legt Laura uit. “Er is eigenlijk altijd een auto beschikbaar, al is het tijdens de kerst soms spannend. Voor zulke piekmomenten hebben we een zakelijk abonnement bij MyWheels. Daardoor is er altijd, voor iedereen, een auto achter de hand.”
Lenteland: regeneratieve landbouw voor en door burgers
Lenteland ontwikkelt boerderijen van 10 tot 25 hectare, dichtbij woongebieden. Wat bijzonder is: door te investeren kan iedereen mede-eigenaar worden, van zowel bestaande of toekomstige boerderijen. Vanaf een investering van 500 euro wordt je lid van de Lenteland-coöperatie en krijg je stemrecht in de ledenvergadering (als je daaraan wilt deelnemen).
Op deze manier heb je ook meteen recht op een deel van de oogst en geniet je mee van lokaal voedsel dat op duurzame wijze is geteeld, door boeren die de wereld een stukje mooier en groener willen maken. Lenteland-boerderijen zetten namelijk allemaal in op regeneratieve landbouw, waarbij het herstellen van natuur, bodemleven en biodiversiteit centraal staat. Zónder gebruik van kunstmest of synthetische bestrijdingsmiddelen.
Er zijn inmiddels al zeven Lenteland-boerderijen, waar onder andere fruitboomgaarden, pluktuinen, voedselbossen en akkers te vinden zijn. Daarnaast kan je er terecht om dagverse oogst te kopen en op sommige boerderijen is overnachten mogelijk.




Bedankt voor je reactie!
Bevestig je reactie door op de link in je e-mail te klikken.