Bewoners van het Utrechtse Austerlitz willen graag zo lang mogelijk in hun dorp blijven wonen. Oók als ze behoefte krijgen aan zorg. Maar kan dat wel? Dankzij Austerlitz Zorgt is het antwoord ‘ja’. Het buurtinitiatief nam in 2012 de zorg- en welzijnstaken van de gemeente over en regelt het tegenwoordig zelf, samen met inwoners van het dorp.

In het Drentse Vledder sloegen bewoners ook de handen ineen, om ervoor te zorgen dat dorpelingen in hún Vledder konden blijven wanneer ze zorg nodig hadden. Het resultaat: een woonzorgcentrum met 24-uurszorg, gefinancierd door dorpsbewoners zelf.

Wat is een zorgcollectief?

Zomaar twee voorbeelden van een groeiende trend in Nederland: zorgcollectieven. Ofwel groepen bewoners die samen verantwoordelijkheid nemen voor de zorg in hun buurt, officieel georganiseerd of wat vrijblijvender. Zonder winstoogmerk, vaak vrijwillig en altijd lokaal geworteld.

Portretfoto van Roos Walstock, duurzaamheidsonderzoeker bij Triodos Bank.
Roos Walstock, duurzaamheidsonderzoeker bij Triodos Bank.

Zorgcollectieven zijn er in allerlei soorten en maten. Sommige initiatieven richten zich op het koppelen van vrijwilligers en buurtgenoten die hulp nodig hebben of eenzaam zijn. Anderen nemen mantelzorgtaken op zich of kopen professioneel zorgaanbod gezamenlijk in voor de buurt of het gebouw waarin ze wonen. In andere gevallen worden er gemeenschappelijke woonvormen gerealiseerd.

Wat betekenen deze buurtinitiatieven voor de zorg in Nederland? En wat hebben ze nodig om te blijven te groeien?

De zorg onder druk

Het aantal zorg- en welzijnscollectieven in Nederland zit al een tijdje in de lift. Volgens het recent gepubliceerde onderzoek ‘Monitor Collectieve Kracht’ zijn er anno 2025 al 2.000 van dit soort initiatieven in Nederland te vinden. De Monitor laat zien dat burgercollectieven – in de breedste zin, dus niet alleen op het gebied van zorg, maar ook rond energie-, voedsel-, en wooncollectieven – steeds meer voorkomen én steeds professioneler worden. Collectieven vormen onderling netwerken, succesvolle concepten worden op verschillende plekken herhaald en gestandaardiseerd. De initiatieven zijn verspreid over heel Nederland. Opvallend is dat er relatief veel zorgcollectieven actief zijn in zuidoost-Nederland (zie afbeelding).

Een landkaart van Nederland te zien is waar zorgcollectieven gevestigd zijn.

Het ontstaan van een burgercollectief kent grofweg twee drijfveren, die vaak samen optreden: schaarste en mogelijkheden. Om ‘schaarste’ in deze context te begrijpen zoomen we even uit. Mensen zijn voor basisvoorzieningen zoals onderwijs, infrastructuur en sociale zekerheid altijd afhankelijk van elkaar geweest. In de vorige eeuw bouwde Nederland een verzorgingsstaat op waarin de overheid een steeds grotere rol kreeg in het vervullen van deze behoeftes. Het idee daarachter: iedereen hoort gelijke toegang te hebben tot basisvoorzieningen, ongeacht inkomen of achtergrond.

Maar vanaf de jaren negentig veranderde dit: de staat begon zich terug te trekken en voorzieningen als zorg en energie kwamen steeds meer bij de markt te liggen. In veel regio’s ontstond een gat tussen wat er werd gevraagd en wat de markt kon bieden. In dat gat springen zorg- en welzijnscollectieven. Deels zijn zij dus een reactie op schaarste van zorg, voorzieningen of ondersteuning in de leefomgeving.

Tegelijkertijd zien we veel collectieven niet alléén uit nood ontstaan. Ze bouwen ook voort op bestaande sociale netwerken en de wens om samen verantwoordelijkheid te nemen. Of ze springen slim in op lokale mogelijkheden. Zo zien we op het platteland, waar veel ruimte is, relatief vaker energiecoöperaties ontstaan die lokaal hun eigen energie opwekken.

De voordelen van een zorgcollectief

Zorg- en welzijnscollectieven kunnen dus ontstaan vanuit schaarste, vanuit mogelijkheden, of vanuit allebei. De voordelen ervan zijn grofweg op te delen in drie categorieën:

  1. Verbeterde toegang tot zorg: Burgercollectieven kunnen voorzieningen beschikbaar maken waar ze dat niet (meer) zijn of als ze voor een enkel individu niet te organiseren zijn, bijvoorbeeld omdat schaal, continuïteit of onderhandelingskracht ontbreken. Soms gaat het om ‘formele’ zorg, bijvoorbeeld via gezamenlijke inkoop of samenwerking met professionele aanbieders. Andere keren gaat het om informele ondersteuning, bijvoorbeeld hulp bij het doen van boodschappen of vervoer naar zorgvoorzieningen verder weg. Zo verkleinen collectieven de afstand tot zorg, letterlijk en figuurlijk.
  2. Meer sociale cohesie: Zorgcollectieven zijn er niet alleen voor mensen die zorg of ondersteuning nodig hebben. Ze leveren ook iets op voor de gemeenschap als geheel. Onderzoek toont aan dat participatie leidt tot meer eigenaarschap, kritisch bewustzijn en vertrouwen in anderen. Zorgzame buurten brengen mensen samen, zorgen voor zingeving en dragen bij aan leefbare wijken en dorpen.
  3. Betaalbaarder en minder personeel: Zorgcollectieven kunnen ook financieel verschil maken. Ze helpen om goede zorg te organiseren, met minder geld en personeel uit het reguliere systeem. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een zogeheten maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) – een analyse die kijkt wat een investering oplevert voor de samenleving als geheel – die werd uitgevoerd voor Sociaal Centrum Eijsden. De berekening liet zien dat bij dit initiatief elke euro die werd geïnvesteerd uiteindelijk meer dan zes euro aan maatschappelijke waarde opleverde. Denk aan hogere levenskwaliteit, lagere zorgkosten en minder druk op gemeentelijke voorzieningen.

Uitdagingen voor zorgcollectieven

Voordelen genoeg dus, maar zorgcollectieven lopen in Nederland nog tegen veel hindernissen aan. In de Monitor Collectieve Kracht wijzen zorgcollectieven zelf naar ‘financiële onafhankelijkheid’ als grootste uitdaging. Deels komt dit door de inrichting van het Nederlandse zorgsysteem. De zorg is sterk versnipperd georganiseerd: verschillende vormen van zorg vallen onder verschillende wetten, bekostigingsstromen en loketten. Dat maakt het lastig om integraal te werken, laat staan om vernieuwende initiatieven duurzaam bekostigd te krijgen.

Ook het aantonen van de toegevoegde waarde van zorgcollectieven blijft een uitdaging. Studies, zoals die over Sociaal Centrum Eijsden, laten zien dat zorgzame buurten veel opleveren: ze verbeteren de kwaliteit van leven én besparen kosten voor zorgverzekeraars, zorgkantoren en gemeenten. Toch krijgen vergelijkbare initiatieven op andere plekken vaak pas financiering als zij óók harde bewijzen kunnen aanleveren voor wat ze in hun specifieke geval zullen opleveren, wat veel tijd en moeite kost. Ook is het voor collectieven soms lastig om hun impact te kwantificeren. Zorgcollectieven dragen er bijvoorbeeld aan bij dat bepaalde zorg niet nodig is, bijvoorbeeld omdat iemand minder medicijnen gebruikt of minder vaak een arts bezoekt. Maar deze vermeden kosten zijn moeilijk in kaart te brengen.

Nog een uitdaging: sociale cohesie is niet alleen een uitkomst van zorgcollectieven, maar lijkt deels ook een voorwaarde. Onderzoek laat zien dat initiatieven vooral ontstaan in gebieden waar bewoners zich al verbonden voelen met hun woonplaats en met elkaar. De uitdaging is dan ook: hoe zorgen we ervoor dat dit soort initiatieven óók van de grond komen in minder hechte gemeenschappen?

Geen wondermiddel

De kern van veel van deze uitdagingen ligt in hoe we zorg definiëren en waarderen. Zolang zorg vooral wordt gezien als de individuele behandeling van ziekte, blijft het moeilijk om dit soort ‘samenredzaamheid’ structureel te erkennen en bekostigen.Dat vraagt om een andere manier van kijken naar wat ‘zorg’ precies is. Minder focus op ziekte en diagnoses, en meer aandacht voor het leven dat iemand wil leiden en de sociale context waarin dat leven zich afspeelt.

Juist daar kunnen zorgcollectieven het verschil maken. Door de sociale verbinding en onderlinge steun die zij organiseren, kunnen ze bijvoorbeeld helpen stress en eenzaamheid te verminderen. Of mensen te ondersteunen bij duurzame leefstijlveranderingen, zoals gezonder eten of meer bewegen. Zorgcollectieven zijn geen wondermiddel, maar wél een serieuze aanvulling op het stelsel. En ze zijn een uiting van iets fundamenteels: de bereidheid van mensen om naar elkaar om te kijken en voor elkaar te zorgen.

Wil jij ook actief worden in je eigen buurt? Kijk op Nederland Zorgt Voor Elkaar voor inspiratie en ondersteuning.