De lente is nog niet begonnen of er begint direct van alles te leven in de tuin. De natuur, uiteraard. Maar ook mensen worden wakkker uit hun winterslaap: bankjes worden in de beits gezet, de laatste dode takken verwijderd voor een goede groei. Annette van IJken van de biologische plantensite Sprinklr krijgt met de eerste zonnestralen van het jaar direct de nodige vragen binnen. Bijvoorbeeld over welke planten het goed doen op het balkon. Welke planten goed zijn voor bijen en insecten. En welke planten geschikt zijn voor de schaduw. Ze heeft alvast een geruststellende tip: “Als je voor de ene groep dieren iets goed doet in je tuin, is dat vaak automatisch ook goed voor de andere groep.”

Dat is fijn, want de biodiversiteit staat onder druk in Nederland. Het aantal bestuivende insecten is sinds de jaren tachtig met 75 procent afgenomen. Maar jij kan verschil maken! En je invloed is groter dan je denkt, zegt Annette: “Ook al lijkt je ingreep klein, voor de biodiversiteit kan het een groot verschil maken.”

Tips voor de vogels

Grofweg zijn er twee dingen waar vogels behoefte aan hebben: voedsel en beschutting. Laat het nou zo zijn dat die twee zaken door één en hetzelfde opgelost kunnen worden: struiken. “Door struiken met bessen te kiezen, zorg je ervoor dat vogels kunnen eten en nestelen.” Denk voor voedsel bijvoorbeeld aan de vlier en de lijsterbes. Een bredere heg,klimop of boom, zoals de meidoorn of de haagbeuk, kan ook veel beschutting bieden.

De tweede tip van Annette is ook meteen de meest simpele: laat wat grond braak liggen. “Zo kunnen merels bijvoorbeeld in de grond wroeten op zoek naar wormen.” Toch liever wat planten? Zorg er dan voor dat ze van het soort zijn waar vogels de zaden kunnen eten, zoals de kaardenbol of de zonnehoed.

Tips voor de vlinders

Wie de vlinders wil helpen, moet zorgen voor een lekker, gevarieerd buffet. Die variatie kan zitten in schermbloemen, waar vlinders gek op zijn. Dat zijn planten met grote bloemen, die als schermen heel veel dieren aantrekken. Koninginnekruid, wilde peen en hemelsleutel zijn daar goede voorbeelden van. Er zijn zelfs een aantal gouden combinaties waar zowel vlinder als plant blij van wordt, zoals de waardplant en het Oranjetipje. “Door die planten in je tuin neer te zetten, help je deze specifieke soort.”

En hoewel ze niet favoriet zijn onder tuiniers, wil Annette ook een lans breken voor de rups: zonder hen immers geen vlinders. “Mocht je een paar brandnetels in je tuin hebben, laat ze dan lekker staan voor de rupsen. Ze zijn er gek op.”

Tips voor andere insecten

In februari vlogen de koninginnen van de hommels al uit op zoek naar eten, dus het is belangrijk dat er dan al van alles voor ze te vinden is. De bloeiboog, zoals dat in vaktermen heet, moet dus van februari tot november zijn in je tuin. Hou eens bij wat er allemaal in je tuin staat en wanneer de eerste bloemen verschijnen, zodat je bij kan planten als dat nodig is.

Het begin van dat bloeiseizoen is direct het lastigste, maar daar heeft Annette een tip voor: bollen. “Ze hebben een wat oubollig imago; mensen denken toch vooral aan tulpen. Maar er zijn juist heel veel bloemen uit bollen die in het voorjaar uitkomen.” Veel van die voorjaarsbloeiers zoals, krokussen en narcissen plant je als bollen in het najaar. Een ideaal tuinklusje dus  om het tuinierseizoen af te sluiten en alvast een vliegende start te maken voor het nieuwe jaar.

En: knip in de herfst niet alle stengels af, want dat is een heerlijke plek voor insecten om te overwinteren. “Haal je ze rond deze tijd wel uit je tuin? Laat ze dan na het afknippen nog een dagje liggen, zodat alle bewoners kunnen vertrekken voordat het tuinafval wordt weggegooid.”

De solitaire bij kun je een handje helpen door een stukje grond open te laten. “Zij nestelen in de grond, dus met een klein hoopje zand in de zon zijn ze erg geholpen.”

Tips voor het waterleven

Wie grote stappen wilt maken op het gebied van biodiversiteit, helpt de natuur enorm met een waterplek in de tuin. “Padden, kikkers, maar ook allerlei insecten, waterdiertjes en libelles worden hier ontzettend blij van.”

De vijver heeft een beetje een imagoprobleem, merkt Annette. “Mensen met kinderen vinden het eng, het trekt muggen aan en na een jaar of twee zit je opgescheept met een groene drijvende smurrie.” Maar dat is allemaal te verhelpen met de juiste verzorging, zegt ze. “Wie kikkers aantrekt, is direct geholpen met de muggen. Zoek daarnaast een paar goede waterplanten uit en zorg voor wat waterslakken, zodat het water schoon blijft.”

Groot hoeft je vijver niet te zijn: een kleine cementbak is voldoende. Haal een emmer water uit een nabijgelegen sloot en vul de rest aan met kraanwater. “Zo maak je het water aantrekkelijk voor waterleven.”

Tips voor het bodemleven

Een goed bodemleven is de basis van elke tuin. “Het zorgt voor een luchtige bodem waarin het water goed weg kan lopen. Dat zorgt er ook weer voor dat planten goed kunnen groeien en beter aanslaan.” Het type bodem in je tuin is bovendien bepalend voor de planten die je kunt gebruiken. “In de stad heb je door bouwzand vaak niet meer te maken met de originele grondsoort, maar in het buitengebied is dat wel zo. Zoek dus goed uit op welk type grond je zit.” Kijk bijvoorbeeld eens op de website Streektuinen.nl. Daar zie je precies in welke ecologische streken Nederland verdeeld is en welke inheemse planten bij die streek horen. Zo kun je precies achterhalen welke planten de meeste impact op biodiversiteit kunnen maken in jouw tuin.

Daarnaast kan je een bodemtester kopen, waarmee je kan zien hoe je bodem eraan toe is. Zitten er nog genoeg voedingsstoffen in de grond? Is dat niet het geval, zorg er dan met biologische tuinaarde of compost voor dat je bodem weer voedzamer wordt. Dat kost tijd, maar zorgt er op den duur wel voor dat pllanten er beter bijstaan. En daar zijn vogels en insecten ook weer mee geholpen. “Regenwormen komen als een bodem gezond is en trekken bijvoorbeeld ook weer vogels aan. Maar het is geen kwestie van een blik regenwormen halen en in de grond gooien, je moet echt geduld hebben.”

Tips voor de biodiversiteit

Het lijkt een ironische tip na alle dingen die je hierboven gelezen hebt, maar de biodiversiteit help je het meest door zo weinig mogelijk te doen. “De meeste dieren houden van een beetje een rommeltje. Laat je bladeren op gezette plekken liggen en knip niet alles weg in de herfst. Heb je een hoekje in de tuin waar nooit iets gebeurt? Leg er een stapeltje hout neer, daar zijn insecten en andere dieren heel blij mee.

Verder is het vooral belangrijk om voor variatie te gaan. “Maak eerst een plan, voordat je in het wilde weg begint te planten. Passen de planten in je tuin? Hoe groot worden ze? Is het de juiste standplaats? Anders is het zonde van de energie voor jou én de plant.”

Wat verder als een paal boven water staat: ga voor biologisch. “Als je goed wil doen voor de insecten, moeten ze natuurlijk niet doodgaan door pesticiden en andere bestrijdingsmiddelen die op niet-biologische planten zitten."

Heb je een balkon? Ook daar is veel mogelijk

Ook als je geen tuin tot je beschikking hebt, kun je bijdragen aan meer natuur. Op een balkon bijvoorbeeld. “Tuinieren in potten en bakken werkt prima. Vaak is er bijvoorbeeld vaak wel ruimte voor een klimplant als een Clematis of een Kamperfoelie, die heel veel bijen aantrekt.” Zorg er wel voor dat het water goed kan weglopen uit de potten. En zorg voor voeding door elk jaar een beetje compost toe te voegen. Geef de planten in potten daarnaast wat vaker water, want aarde droogt sneller uit in een pot. Hoe groter de pot, hoe minder uitdroging.

Annette geeft als tip om in vaste planten te denken. “Eenjarigen zijn eigenlijk een soort wegwerpproduct. Meerjarige planten komen terug. Dat maakt het makkelijker en financieel aantrekkelijker.”

Helemaal geen buitenruimte? Zo kun je toch aan de slag

Geen buitenruimte? Ook in je omgeving kan je het verschil maken. In verschillende gemeenten kun je een boomspiegel adopteren, waarbij jij zorgdraagt voor het strookje aarde rondom de boom. In sommige gemeenten, zoals Utrecht, kun je hier bovendien een plantenpakket voor aanvragen via de gemeente. Zo blijft het ook financieel leuk.

Geveltuintjes zijn een andere optie, waar soms ook subsidie voor aan te vragen is als meerdere mensen uit de straat meedoen. “En mocht dat allemaal niet werken, dan kun je altijd kijken of je iemand in de buurt kan helpen met de tuin. Zo levert het niet alleen iets voor de natuur op, maar zorgt het ook voor verbinding met de buurt.