Twee lachende dames in een zeilboot begroeten je zodra je het huis van Ton, Inge, Rob, Agnes en Nel binnenstapt. In de gang van de hoge houtbouwvilla aan het Alkmaardermeer hangt een levensgrote foto met daarop twee breedlachende zussen in een zeilboot, de moeders van Ton en Rob. De foto stamt uit het jaar 1970. Precies tussen hen in zie je de torens van de kalkovens aan de rand van het meer. De kalkovens werden gesloopt, maar de plek die zo symbolisch tussen hen in is vastgelegd, heeft een centrale plek in het leven van de co-woners. Exact daar staat namelijk hun gezamenlijke huis.

De foto van de moeders van Ton en Rob, zeilend op het Alkmaardermeer.

Als je vanuit de gang met de grote foto de linkerdeur in loopt, sta je in de woonkeuken van Ton en Inge. Sla je rechtsaf, dan bereik je de woonkeuken van Rob en Agnes met aangrenzende slaap- en badkamer. Beide woonkeukens bieden een verpletterend panoramauitzicht op het Alkmaardermeer waar je de zeilboten, surfers en vrachtvaarders voorbij ziet komen. Nel, de moeder van Inge, woont op de eerste verdieping in een kleine zorgstudio met net zo’n prachtig uitzicht over het meer. Ze bereikt haar eigen plek via een inpandige lift en heeft een eigen keukenblokje en rolstoelvriendelijke badkamer. Maar het liefst is ze in het gezelschap van haar familie op de begane grond.

Het idee om samen een huis te kopen kwam door de jaren heen vaak ter sprake. Eerst gekscherend in de vorm van ‘een boerderijtje ergens’, later meer serieus. Maar in eerste instantie oriënteerden Rob en Agnes zich begin 2021 als stel op een meer leeftijdsbestendige woning. Toen ze gingen kijken bij de locatie voor een nieuwbouwappartement aan het Alkmaardermeer, namen ze Ton en Inge mee. Het plan voor het appartement viel tegen, maar de locatie zeker niet. “Wat wordt hier eigenlijk nog meer gebouwd?”, vroeg Ton nieuwsgierig.

Er waren ook kavels beschikbaar, konden ze daar misschien een eigen huis realiseren? Bij de aanblik van de bouwkavels begonnen de stellen te fantaseren. Samen een huis bouwen, elke dag zwemmen, en de zorg delen voor hulpbehoevende moeders en later elkaar. “Ik heb hier al mijn hele leven willen wonen”, zei Ton vastberaden. Enkele maanden later was het beklonken en werd de fantasie werkelijkheid.

Welke stappen namen jullie na de vondst van de kavel?

Inge: “Toen we bij toeval op dit kavel stuitten, namen we direct een optie en zijn we nog diezelfde middag ons geld gaan tellen. De kavel konden we zonder hypotheek aankopen, voor het huis hadden we een gezamenlijke hypotheek van Triodos nodig.

We waren het snel eens over het type huis: veel hout en glas en rolstoelvriendelijk. Rob vond het bedrijf Finnhouse voor houtbouw en legde meteen contact. Het liep allemaal heel soepel, zowel de beslissingen samen nemen als de stappen die we moesten zetten.

Omdat wij al gepensioneerd waren, maar Rob en Agnes nog werkten en ondernemers waren geweest, was de hypotheek net wat ingewikkelder dan normaal. Triodos Bank bleek de enige partij die een passende, gezamenlijke hypotheek kon realiseren.”

Agnes: “Het huis is casco neergezet door Finnhouse: in ruwbouw zonder afwerking. Het binnenwerk hebben we helemaal zelf gedaan. Mijn man is vanwege zijn ervaring met de bouw van zeilboten erg handig, en ook Inge en Ton hebben veel gedaan.”

Inge: “Ik heb wat af geschilderd en heel wat gipswandjes gesjouwd en geschroefd. Ook de vloerverwarming hebben we zelf gelegd. Duurzaamheid was een belangrijke overweging bij de bouw. Het gaat niet goed met de natuur en we vonden het belangrijk om daar bewust mee om te gaan. We hebben zonnepanelen, een warmtepomp, een zonneboiler en zonnecollectoren.”

Jullie zijn familie én goede vrienden. Hoe was de overgang naar samen onder een dak wonen?

Agnes: “Dat is heel organisch gegaan. Ton en Rob zijn neven en van jongs af aan goede vrienden. Toen ze een jaar of 12 waren, zeilden ze samen hier op het meer en zeiden ze tegen elkaar: “Je zal daar toch maar wonen…"

De band tussen Inge en mij en de beide mannen is ook erg goed. We gaan al tientallen jaren met elkaar skiën, dus we waren al aardig op elkaar ingespeeld. Er is een vakantie geweest waarbij onze slaapvertrekken slechts van elkaar gescheiden werden door een geel gordijntje, dan weet je wel wat je aan elkaar hebt.

We wonen hier nu een jaar met z’n allen en dat gaat ontzettend goed. Er zitten geen sloten op de deuren binnenshuis en vaak staan ze open. Als een deur dicht is, kloppen we eerst even aan. Er zit zelfs een raam tussen onze woonkeukens, om het uitzicht op het meer niet te onderbreken. Dat geeft wel aan hoe goed de band is. Je ziet elkaar, maar geeft elkaar ook de ruimte.”

Inge: “Niets is verplicht en alles mag, dat werkt goed voor ons.”

Waarom kozen jullie ervoor om de zorg voor Nel op jullie te nemen?

Rob: “Van het begin af aan was het de bedoeling om in dit huis ruimte te maken voor de verzorging van ouders, kinderen en elkaar. Wie het maar nodig zou hebben. We hebben de moeders vaak meegenomen naar de bouw en ze waren erg betrokken.”

Agnes: “Mijn moeder heeft het appartement hiernaast gekocht dat Rob en ik eerst op het oog hadden. We kunnen naar elkaar zwaaien vanuit de keuken. In eerste instantie zou de moeder van Rob bij ons in komen wonen, maar die was al boven de 100 en kwam te overlijden voordat het huis klaar was. In de tussentijd ging het niet meer zo goed met Nel, de moeder van Inge.”

Inge: “Mijn moeder woonde in een flat in Heemskerk en ik ging elke dag naar haar toe. We kwamen op het punt dat we thuiszorg zouden moeten inschakelen om haar te helpen met douchen en aankleden, en toen besloten we dat we dat liever zelf wilden doen. Dit huis is leeftijdsbestendig ontworpen met brede deuren zonder drempels, ruime gangen, en een inpandige lift. Ook is er ruimte voor een inwonende zorgverlener, mocht dat ooit nodig zijn.”

Nel: “Ik heb hier eerst een paar keer gelogeerd, en dat beviel ontzettend goed. Ik vind het fantastisch. Het is fijn dat ik hier niets hoef te doen, in mijn flat moest ik zelf koken, wassen en afstoffen. Hier wordt er goed voor me gezorgd. Ik krijg hulp bij het douchen en aankleden, er wordt voor het huishouden gezorgd en is er altijd gezelschap. Na het eten doen we een spelletje met elkaar en mijn zoon en kleinzonen komen vaak langs.”

Hebben jullie afspraken rondom het samenleven formeel met elkaar vastgelegd?

Agnes: “We hebben een huishoudelijk reglement met elkaar opgesteld. Net als formele afspraken rondom testament en erfenis. Als een van ons vieren komt te overlijden, of twee, dan is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat de kinderen het huis overnemen. Het huis blijft in eigen handen tot en met de laatste die leeft.

In ons huishoudelijk reglement staan onder andere afspraken over het voorkomen van overlast naar elkaar. Zo mogen we bijvoorbeeld geen huisdieren nemen. En we hebben afgesproken dat logees tot een maand mogen blijven zonder toestemming van de anderen. Wij hebben een zoon met een verstandelijke beperking die hier regelmatig logeert.”

Inge: “De dertig dagen regel voor het logeren geldt overigens niet voor de moeders. Als de moeder van Agnes zegt: ik wil erbij in wonen, dan kan dat zonder problemen. Toen ze net was geopereerd heeft ze hier ook gelogeerd om te herstellen.” 

Hoe gaat het samenleven in de praktijk, is er ook wel eens onenigheid?

Agnes: “Het gaat gelukkig heel goed. We delen dit huis, maar hebben ook wel echt onze eigen levens en lopen de deur niet plat bij elkaar. Als het uitkomt eten we samen, maar niet elke dag. Verder brengen we de post bij elkaar langs en delen we een wasmachine en droger. Iedereen heeft een eigen wasmand en doet z’n eigen was, maar er gaat wel eens een doekje of een dingetje van de ander mee.

Tot nu toe is er geen onenigheid geweest, maar we hebben wel afgesproken om in zo’n geval in gesprek te gaan met elkaar. Maar wel met een borrel erbij! Eerst een fles op tafel, dan praten. Soms denk ik wel eens: vervelend dat dit of dat niet is opgeruimd, maar dat slik ik in. Je wordt vanzelf wat makkelijker, minder fel dan vroeger.”

Inge: “We worden ouder en beseffen steeds beter wat wel en niet belangrijk is. Het gaat erom dat iedereen zich welkom en veilig voelt. Bij de voordeur hebben we kraaltjes hangen om aan te geven wie er thuis is en wie niet. Als ‘s avonds alle kraaltjes binnen zijn, doe ik de poort dicht. Ik voel me heel rijk hier, zo met elkaar.” 

Wat zou je anderen willen meegeven die ook co-wonen met zorg overwegen?

Inge: “Vertrouwen is de basis. Het is fijn als je elkaar goed kent van tevoren en honderd procent vertrouwt.”

Agnes: “En goede afspraken maken met elkaar is essentieel."

Rob: “Ik hoop ook dat we anderen met ons verhaal inspireren. Als ik vertel hoe wij wonen, dan zie ik mensen altijd even nadenken. De radertjes gaan draaien en vaak zeggen ze vervolgens iets als ‘goh, dat zou ik ook wel willen!’. Alsof je ze op een idee brengt.”

Agnes: “Het mooie is dat we in deze constructie samen de zorg kunnen dragen. Voor de moeder van Inge, maar ook voor mijn moeder en onze zoon. Vele handen maken licht werk. Ik hoop dat als wij wegvallen, dit huis zijn zorgfunctie behoudt. Dat er anderen komen wonen om te zorgen voor mensen die het nodig hebben, ook buiten onze familie.”