Eerder deze maand werden de kantoren van DWS binnengevallen door de Duitse politie. De reden? Verdenking van greenwashing. De beleggingsfondsen van de Duitse vermogensbeheerder zouden een stuk duurzamer worden gepresenteerd dan ze daadwerkelijk zijn. Het roept de vraag op: hoe weet je of beleggingsfondsen en andere financiële producten wel echt zo duurzaam zijn als ze zich voordoen? De SFDR moet dat in één oogopslag duidelijk gaan maken.

Niet duurzaam of wel duurzaam?

De wetgeving gaat er namelijk voor zorgen dat alle financiële producten worden opgedeeld in drie categorieën: artikel 6, 8 en 9. Een artikel 6-fonds is niet duurzaam, een artikel 8-fonds promoot duurzaamheid (wat betekent dat het product ecologische of sociale kenmerken heeft) en een artikel 9-fonds heeft verduurzaming daadwerkelijk als doelstelling (en is daarmee het meest duurzaam). Financiële organisaties mogen zelf bepalen onder welk artikel hun producten vallen, maar dat wordt vervolgens wel door een wetgever gecontroleerd. In Nederland is dat bijvoorbeeld de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Veltmeijer: “Als het niet klopt, wordt je teruggefloten.”

Rosl Veltmeijer
Rosl Veltmeijer, portfoliomanager bij Triodos Investment Management

Door financiële producten op die manier te categoriseren, kunnen particuliere beleggers in één oogopslag zien of een product duurzaam is (of niet). Als een beleggingsfonds bijvoorbeeld onder artikel 8 of 9 valt, kunnen ze er in principe vanuit gaan dat het fonds in kwestie ook daadwerkelijk duurzaam is. Dat is een belangrijke ontwikkeling, zegt Veltmeijer: “Duurzaamheid begint bij transparantie en dat gaat deze wetgeving echt verbeteren. Alle financiële instellingen rapporteren straks via dezelfde methode over duurzaamheid. Dat maakt het allemaal een stuk duidelijker én maakt het gemakkelijker om beleggingsfondsen met elkaar te vergelijken.”

Meer transparantie dus. En fondsen die duurzaam claimen te zijn maar dat eigenlijk niet zijn, vallen daardoor door de mand. Zo wordt greenwashing tegengegaan. Veltmeijer: “Dankzij de SFDR kan je beleggingsfondsen niet zomaar meer als duurzaam bestempelen. En een bijkomend voordeel: écht duurzame beleggingsfondsen hoeven niet langer op te boksen tegen fondsen die dat eigenlijk niet zijn.”

Alle beleggingsfondsen duurzaam

De SFDR werd in maart van vorig jaar al ingevoerd, maar is nog niet volledig van kracht. Veltmeijer legt uit: “Het is nu de bedoeling dat financiële instellingen het al in hoofdlijnen gaan naleven. Per 1 januari 2023 moet iedereen het geïmplementeerd hebben, voor elk financieel product.” Ook Triodos Investment Management ging daarom met de wetgeving aan de slag en al onze beleggingsfondsen vallen nu onder artikel 9, de meest duurzame categorie. “Dat is best bijzonder. Er zijn wel meer artikel 9-fondsen in Nederland, maar wij zijn uniek in het feit dat het ál onze fondsen betreft.”

Er zijn wel meer artikel 9-fondsen in Nederland, maar wij zijn uniek in het feit dat het ál onze fondsen betreft
Rosl Veltmeijer

Het is best spannend om die claim te maken, zegt Veltmeijer. De SFDR is namelijk nog volop in ontwikkeling en veel details zijn nog niet uitgekristalliseerd. Daardoor weten financiële instellingen nog niet precies waar ze aan moeten voldoen. “Er wordt steeds meer duidelijk, maar we moeten nog steeds werken met aannames. Ik verwacht dan ook dat er in de aankomende jaren wel wat fondsen in Nederland zullen terugvallen, van artikel 9 naar artikel 8 of van 8 naar 6. De AFM gaat straks alle fondsen naast elkaar leggen en daar iets van vinden. En de ene zal het een stuk beter doen dan de ander als het om duurzaamheid gaat.”

Van vierkant naar rond

Naast die onduidelijkheid is het ook best wel wat werk om aan de SFDR-regels te voldoen. “Wij hebben al onze processen, van dataverzameling en -interpretatie tot beleggingsprocessen en rapportages, al ingericht op onze eigen duurzame ambities. Maar nu moeten we dat ook op de manier doen waar de SFDR om vraagt. Om een metafoor te gebruiken: wij hebben een vierkant huis, maar de SFDR vraagt om een rond huis”, zegt Veltmeijer.

Dat betekent voor Triodos Investment Management dat het haar processen moet aanpassen. “Maar tegelijkertijd willen we vasthouden aan de manier waarop we invulling geven aan impact en duurzaamheid. Wij gaan in veel gevallen namelijk verder dan waar de SFDR om vraagt”, vervolgt Veltmeijer. “We beoordelen potentiële investeringen bijvoorbeeld op afvalproductie in het algemeen, maar de SFDR vraagt alleen om gevaarlijk afval te beoordelen. Dat betekent dat we zaken dubbel moeten gaan doen, om maar aan de SFDR te voldoen.”

Meer tijd, werk en geld

Veel extra werk dus. En daar wringt nu precies de schoen. Een financiële instelling met groene ambities moet zich nu in allerlei bochten wringen om te bewijzen dat hun financiële producten daadwerkelijk duurzaam zijn. Maar voor niet-duurzame fondsen geldt die verplichting niet. Met andere woorden: het wordt op deze manier veel onaantrekkelijker om een duurzaam beleggingsfonds te starten, want het kost meer tijd, werk en geld. Veltmeijer: “En als de kosten omhoog gaan, heeft dat ook zijn weerslag op het rendement van de eindklant.”

Wat je wilt, is dat duurzaam beleggen juist goedkoper en toegankelijker wordt
Rosl Veltmeijer

“Wat je wilt, is dat duurzaam beleggen juist goedkoper en toegankelijker wordt. De echte schade vindt immers plaats bij niet-duurzame artikel 6-fondsen, maar die worden nu juist gemakkelijker en goedkoper in de markt gezet”, vervolgt ze. “Op den duur willen we dat er niet langer geïnvesteerd wordt in niet-duurzame activiteiten. Dat wordt op deze manier helaas niet gestimuleerd.”

‘Iedereen met de billen bloot’

Helemaal perfect is de SFDR-wetgeving dus absoluut niet, concludeert Veltmeijer: “We zijn op deze manier te gefocust op die paar duurzame spelers, die enorm veel bewijslast moeten leveren. Maar we willen een duurzamere wereld, toch? Daar komen we op deze manier niet, want de rest kan nog gewoon doen wat ze willen.”

Volgens Veltmeijer zou het dan ook enorm schelen als niet-duurzame beleggingsfondsen ook met de billen bloot moeten. Dat iederéén moet rapporteren over hoe duurzaam hun beleggingsfondsen zijn. “Dan krijg je een gelijk en eerlijk speelveld, waarin iedereen transparant moet zijn. Dat zet zoden aan de dijk en kan uiteindelijk alle financiële instellingen de juiste, écht duurzame richting op helpen.”