Ga naarhoofdnavigatie, zoekvak of decontent

Massale speculatie op de wereldvoedselmarkt

heeft desastreuze gevolgen voor boeren en consumenten in ontwikkelingslanden

09-11-2010 | Dit artikel is verschenen in het Reformatorisch Dagblad in de edtie van vrijdag 5 november 2010.

De massale speculatie op de wereldvoedselmarkt heeft desastreuze gevolgen voor boeren en consumenten in ontwikkelingslanden, betoogt Koert Jansen. Grote speculatieve beleggers horen niet thuis op de goederentermijnmarkten.

De functie van de goederentermijnmarkt is altijd een belangrijke geweest. Hier komen de wereldprijzen tot stand van grondstoffen zoals aluminium, goud en koper, maar ook van agrarische producten als graan, rijst, mais, suiker en koffie. Peruaanse koffieboeren, cacaoboeren uit Ivoorkust, de Zuid-Afrikaanse goudmijneigenaren en oliebaronnen uit het Midden-Oosten: allen houden hun blik gericht op de goederentermijnmarkten in New York en Londen. Daar ontstaat de prijs waarop zij hun dagelijkse besluitvorming baseren.

Neem de Peruaanse koffieboer. Zal hij zijn koffie vandaag verkopen of nog even wachten? Nu nieuwe koffiestruiken aanplanten of dit uitstellen tot volgend jaar? En kan hij de lening op tijd aflossen die hij daarvoor moet afsluiten?

Tot enkele jaren geleden kwamen deze prijzen tot stand op basis van reële factoren: regen en droogte, opbrengst per hectare, wereldvoorraden, de wisselkoersen en de vraag van consumenten. De koffieboer kon meestal goed beredeneren waarom de prijs zich ontwikkelde zoals die zich ontwikkelde. Vorst in Brazilië? Dat betekent een forse aanslag op de wereldproductie van koffie – en dus een hogere prijs.

Tot het moment dat tot zijn verbazing (en die van andere boeren en handelaren) de koffieprijs ineens een verloop begon te vertonen dat niet meer te verklaren was door vraag en aanbod. Om de oorzaken hiervan te achterhalen, liet Triodos Bank de Universiteit Utrecht onder begeleiding van associate professor in finance Jaap Bos onderzoek doen naar de prijsontwikkeling op de koffiemarkt in de afgelopen twintig jaar. Daaruit bleek dat sinds 2004 de prijsontwikkeling in toenemende mate door speculatie wordt bepaald.

Deze speculatie is het directe gevolg van de komst van institutionele investeerders zoals pensioenfondsen en andere grote beleggers op de goederentermijnmarkt, die daar via indexfondsen actief zijn. Het zogeheten indexbeleggen is populair: in de afgelopen vijf jaar steeg het handelsvolume van indexfondsen van 13 miljard naar 317 miljard dollar. Indexbeleggers kopen een ”mandje” van verschillende grondstoffentermijncontracten en speculeren op een algemene prijsstijging daarvan. Het resultaat is dat de prijsontwikkeling van verschillende grondstoffen vaker samen opgaat, zonder dat daar reële economische factoren aan ten grondslag liggen. Daarnaast creëren indexbeleggers door hun eenzijdige koopgedrag – dat gericht is op prijsstijging– een opwaarts prijseffect.

Wat betekent dit voor onze Peruaanse koffieboer? Steeds minder is de weersverwachting in Brazilië relevant voor zijn koffieprijs. In plaats daarvan wordt de prijsontwikkeling van olie en goud bepalend. Daarnaast wordt ook de totale hoeveelheid speculatief geld die beleggers op deze manier in grondstoffen beleggen, steeds richtinggevender.

De ontwikkeling dat prijzen van grondstoffen grotendeels bepaald kunnen worden door spelers buiten de productieketen zelf, brengt belangrijke maatschappelijke gevolgen teweeg. Denk alleen aan de 17 tot 20 miljoen koffieboeren en hun coöperaties, die dagelijks beslissingen moeten nemen op basis van de prijzen op de goederentermijnmarkten in New York. Koffieboeren die besluiten om meer hectaren koffie te gaan verbouwen omdat de prijzen hoog zijn, lopen meer dan ooit het risico dat de prijs sterk is gedaald zodra zij kunnen oogsten, omdat er geen reële stijging van de vraag tegenover staat. Een ander ongewenst effect van hoge prijzen is dat producenten kunnen besluiten hun goederen langer vast te houden, in de hoop dat de prijs nog verder stijgt.

De toegenomen rol van speculatie beperkt zich niet tot koffie. De conclusies in een onlangs gepubliceerd rapport van de VN-rapporteur voor het recht op voedsel, Olivier de Schutter, liegen er niet om. Dit rapport geeft aan dat de speculatieve bubbel de voedselprijzen opdrijft, zoals die van mais, rijst, graan en cacao. De gevolgen voor met name de ontwikkelingslanden die voedsel moeten importeren om hun bevolking te voeden, zijn desastreus. Voor een groot deel van de bevolking is voeding niet of nauwelijks meer te betalen. De Schutter waarschuwt voor een nieuwe voedselcrisis zoals in 2008, toen er wereldwijd voedselrellen uitbraken.

Financiële producten zonder verbinding met de reële economie leiden vroeg of laat tot grote problemen. Dat is de harde les van de crisis in de financiële sector. Triodos Bank pleit ervoor dat grote beleggers stoppen met indexbeleggen. Er is op nationaal en internationaal niveau een debat nodig over meer transparantie en evenwicht op de goederentermijnmarkten. Want grote speculatieve beleggers horen niet thuis op de goederentermijnmarkten.

Koert Jansen is fondsmanager Triodos Sustainable Trade Fund van Triodos Bank.

Dossier voedselspeculatie

Voedselprijzen stijgen wereldwijd explosief. Met desastreuze gevolgen voor mensen in ontwikkelingslanden, omdat zij vaak het overgrote deel van hun huishoudbudget besteden aan voedsel. Massale speculatie door grote beleggers zoals banken, pensioenfondsen en vermogensbeheerders speelt een belangrijke rol in deze prijsstijgingen. Deze grote speculatieve beleggers horen niet thuis op de goederentermijnmarkten, betoogt Triodos Bank. De bank heeft deze visie in verschillende media naar voren gebracht.

Lees meer artikelen over voedselspeculatie in het dossier.